Je bent hier:  nl  /  IdeeŽn  /  Kredietcrisis

Kredietcrisis

 

Voor het uitbreken van de wereldwijde kredietcrisis in 2008 wordt steevast een aantal oorzaken genoemd: hebzuchtige bankiers die teveel risico’s namen, het gebrekkige toezicht, de financiële deregulering, enzovoort. Deze oorzaken hebben zeker een belangrijke rol gespeeld. Maar de fundamentele oorzaak was een andere.

 

Teveel leengeld

 

In de kern werd de kredietcrisis veroorzaakt door een groot overschot aan leengeld (het ‘spaaroverschot’). Wereldwijd hadden particulieren en organisaties spaartegoeden opgebouwd die zo hoog waren dat ze de mogelijkheden voor productieve investeringen ver overtroffen. Met andere woorden, er was veel meer spaargeld beschikbaar dan bedrijven zinvol konden investeren in nieuwe productie. Of bedrijven zagen geen mogelijkheden tot zinvolle investeringen in hun specifieke branche, of ze hadden zelf de middelen in kas om die investeringen te doen.

 

In deze situatie gingen banken het overtollige leengeld  uitlenen voor niet-productieve doeleinden en aan personen en instellingen die in feite niet kredietwaardig waren. En omdat er zoveel aanbod van leengeld was, daalden de rentes, wat het natuurlijk aantrekkelijker maakte om te lenen.

 

Onroerend goed

 

Voor een deel ging het overtollige leengeld zitten in hypotheken voor arme Amerikanen. In het verleden kwamen ze nooit in aanmerking voor een hypotheek, maar vanwege de overvloed aan spaargeld nu opeens wel. En door de lage rentes konden ze die ook opeens betalen. Het gevolg van al die nieuwe hypotheken was dat de vraag naar huizen steeg, en daardoor de huizenprijzen ook. Hier ontstond de basis voor ‘huizenbubbel’, de te ver doorgeschoten stijging van huizenprijzen, die later zou barsten.

 

De  huizenprijzen hangen samen met de prijzen van de onderliggende grond. Maar grond zou helemaal niet gekocht en verkocht mogen worden. Grond zou door een neutrale instantie moeten worden beheerd. De enige taak die zo’n instantie zou hebben, is zorgen dat grond in sociaal opzicht productief gebruikt wordt. De gebruikers van de grond (bijvoorbeeld een landbouwer) moeten de kosten van het beheer aan die instantie afdragen, maar die zouden aanmerkelijk lager zijn dan de  “grondprijzen” die nu praktijk zijn.

 

Wat is het effect als grond wel verhandelbaar is? Dan heeft het de neiging geld “op te zuigen”, waardoor de prijzen stijgen tot ze instorten. Dan is er veel waarde vernietigd. Dat is precies wat er is gebeurd bij de kredietcrisis.

 

Staatsschulden

 

Het overtollige leengeld ging voor een ander deel naar de financiering van staatsschulden. Door de lage rente was het ook voor overheden gemakkelijker geworden om nog meer te lenen dan ze normaal al deden. Dat ging goed tot de staatsschulden zo hoog werden dat de financiële markten, mede door de uitbrekende kredietcrisis, geen vertrouwen meer hadden dat alle schulden nog volgens afspraak afbetaald zouden worden. Ze gingen hogere rentes vragen om het risico af te dekken, waardoor overheden in de problemen kwamen, nog meer moesten lenen, waardoor de rentes nog hoger werden, enzovoort.

 

Net als huizenprijzen zijn de staatsschulden overal in het Westen bijna continu gestegen. Door het overschot aan leengeld is dit proces nog versneld. In feite komt dit doordat staten teveel taken op zich hebben genomen. Zoveel taken, dat ze deze niet kunnen bekostigen uit belastingopbrengsten alleen. Er moet voortdurend worden bijgeleend om die taken nog uit te kunnen voeren.

 

Als we het takenlijstje van de overheid onder de loep nemen, dan treffen we daar allerlei taken aan die helemaal niet bij de staat thuishoren. Onderwijs, kunst, wetenschappen, gezondheidszorg: het hoort allemaal thuis in het zelfstandige geestesleven. De geëigende manier om het geestesleven te financieren, is met schenkgeld. Schenkgeld is geld dat gegeven wordt zonder voorwaarden, aan organisaties en individuen die niet economisch, maar anderszins productief zijn voor de samenleving.

 

Een geldkringloop

 

En op die manier is het kringetje rond. De vele taken die de staat onterecht op zich heeft genomen, horen thuis bij een zelfstandig geestesleven. Dat geestesleven moet  worden gefinancierd met schenkgeld. En schenkgeld is er genoeg: het is het overtollige leengeld dat niet meer zinnig uitgeleend kan worden.

 

Dit overtollige geld moet worden weggeschonken aan het geestesleven dat daarmee dat van alles verzorgt, ontwikkelt en stimuleert dat van groot belang is voor de samenleving. Door de instelling van een zelfstandig geestesleven, dat taken van de staat overneemt, wordt de staat aanzienlijk ontlast. Overheden hebben dan ook veel minder geld nodig en hoeven niet meer te lenen. En het zelfstandige geestesleven kan zijn activiteiten bekwamer en efficiënter uitoefenen dan waneer de staat deze taken verzorgt.

 

Gerelateerde pagina's:

 

 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

 

 

Heb je een suggestie, tip, opmerking of vraag? Mail ons!

 

 

Vernieuwende ideeën over de inrichting van de samenleving zijn meer dan nodig. Klik hier voor een groeiende collectie artikelen.

 

 

Like Summer Foundation

op Facebook

 

 

 

Volg Summer Foundation

op Twitter

 

 

 

Volg Summer Foundation

op

 

 

Volg Summer Foundation

op LinkedIn

 

 

Summer Foundation streeft naar een vrije, gelijke en solidaire samenleving. Meer hierover...