Je bent hier:  nl  /  IdeeŽn  /  Democratie

Democratie

 

Tot de basis van de democratie behoort het principe dat ieder mondig mens aan het democratisch proces van besluitvormen mag meedoen. Dat is een gezond en eigentijds principe: we willen invloed uitoefenen op de wetten en regels die voor ons gelden.

 

Wanneer we dit democratisch basisprincipe ernstig nemen, betekent het ook nog iets anders, namelijk dat we niet kunnen mee besluiten over aangelegenheden waarover we niet mondig zijn.

 

De grenzen van de democratie

 

Welke aangelegenheden zijn dat dan? In het algemeen gezegd zijn het de thema’s waarvoor je over specifieke kennis, vaardigheden of ervaring moet beschikken om erover te kunnen meepraten en mee besluiten.  Die thema’s spelen zich af in twee verschillende gebieden van de samenleving, namelijk in het geestesleven en in de economie.

 

Het geestesleven is het gebied van onder meer het onderwijs, cultuur, wetenschap, gezondheidszorg en dergelijke. In dat gebied past het dat de mensen die er concreet werkzaam of betrokken zijn (bijvoorbeeld: leerlingen, leerkrachten en ouders rondom een school; kunstenaars en wetenschappers, arts en patiënt) op basis van hun ervaring, deskundigheid en betrokkenheid autonoom zijn: ze besluiten zelf wat ze doen, hoe ze dat het beste kunnen doen en wanneer dat gebeurt.

 

Een leerkracht laat zich leiden door zijn deskundigheid en door de behoefte van de kinderen uit zijn klas. Een kunstenaar volgt zijn inspiratie. Een wetenschapper volgt zijn onderzoeksvragen en kijkt waar die hem brengen. Een arts behandelt op basis van zijn deskundigheid en de concrete patiënt die voor hem zit… Democratische wetten of regels dragen hierin niets bij.

 

Iets soortgelijks kunnen we zien als het om de economie gaat. Daar zou namelijk de behoefte van de consument centraal moeten staan en zouden allen die in de economie werkzaam zijn hun inzicht en vaardigheden moeten samenbrengen om zo efficiënt en volledig mogelijk op die behoefte in te spelen. De vraag hoe dat het beste kan, is geen vraag die democratisch beantwoord kan worden.

 

De taak van de democratie

 

Ten opzichte van deze twee gebieden, het geestesleven en de economie, is het de taak van de democratische staat om grenzen te stellen.

 

Die grenzen moeten ervoor zorgen dat in het gebied van het geestesleven vrijheid leeft (vrijheid van onderwijs; vrijheid van meningsuiting; vrijheid van therapiekeuze; vrijheid van drukpers; vrijheid van godsdienst; vrijheid van wetenschap enzovoort) en dat er geen ‘vreemde invloeden’ binnendringen. Die vreemde invloeden kunnen bijvoorbeeld leiden tot een vorm van staatsgodsdienst, staatskunst of censuur, of tot onderwijs, kunst of wetenschap die louter in dienst van economische belangen staan.

 

Wat de economie betreft is het de taak van de democratie om te bevorderen dat de behoefte van de consument centraal staat en dat mens en milieu niet door economische belangen geschaad worden.

 

Directe democratie

 

Op het gebied waarop ze wel thuishoort, moet de democratie aanzienlijk worden verdiept. Democratie betekent ‘volksheerschappij’. In een democratie is er geen instantie boven de bevolking die aan haar wetten kan opleggen. Wetten zijn een vrij (sociaal) contract tussen de leden van de rechtsgemeenschap, de burgers. Ze hebben gezag omdat de burgers ze op een of andere manier hebben kunnen goedkeuren.

 

Dat is in ons parlementaire systeem niet het geval. Een handjevol verkozenen neemt de beslissingen, en kan daarbij de meerderheid of hun eigen verkiezingsbeloftes negeren. Burgers kunnen weliswaar besluiten de verkozenen niet te herkiezen, maar beschikken niet over de middelen om te voorkomen dat er wetten en verdragen worden aangenomen die de meerderheid niet kan steunen.

 

Directe democratie zou een goede aanvulling kunnen zijn op ons huidige parlementaire systeem. Via het direct-democratische kanaal moeten burgers steeds het mandaat kunnen terugnemen dat ze bij de verkiezingen gegeven hebben. Bindende referenda en volksinitiatieven lijken op landelijk niveau het meeste geschikt. Het parlement heeft normaal het recht te beslissen. Maar indien voldoende (zeg 300.000) Nederlanders dat willen, moet het mandaat terug naar de burgers gaan, die vervolgens direct beslissen via een referendum.

 

Het principe van gelijkheid betekent dat burgers dezelfde beslissingsrechten hebben als parlementariërs. Dat betekent dat referenda bindend zijn, dat burgers ook zelf onderwerpen ter stemming kunnen brengen (het volksinitiatief), en dat er geen arbitraire opkomstdrempels zijn.

 

In  o.a. Zwitserland en de helft van alle Amerikaanse deelstaten is al meer dan een eeuw ervaring met radicale directe democratie. Uit onderzoek blijkt dat er een verband is tussen directe democratie en een hogere economische groei, wat lagere belastingen, minder belastingontduiking en minder staatsschuld. (Zie hiervoor het boek van John G. Matsusaka, For the many or the few? of lees hoofdstuk 5 van het boek van Jos Verhulst en Arjen Nijeboer onderaan deze pagina.)

 

Gerelateerde artikelen:

 

 

Meer weten:

 

 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

 

 

Heb je een suggestie, tip, opmerking of vraag? Mail ons!

 

 

Vernieuwende ideeën over de inrichting van de samenleving zijn meer dan nodig. Klik hier voor een groeiende collectie artikelen.

 

 

Like Summer Foundation

op Facebook

 

 

 

Volg Summer Foundation

op Twitter

 

 

 

Volg Summer Foundation

op

 

 

Volg Summer Foundation

op LinkedIn

 

 

Summer Foundation streeft naar een vrije, gelijke en solidaire samenleving. Meer hierover...